Uitleg & verdieping
Woordbetekenis & woordkeuze
Kies woorden die precies zeggen wat je bedoelt. Vergelijk betekenissen en leer veelverwarde woorden uit elkaar houden.
Kies een artikel
Kies de uitleg die je zoekt.
- Allang of al lang: tijdsduur en nadruk
- Bedoelen of betekenen: persoon en betekenis onderscheiden
- Beseffen of zich realiseren: de juiste combinatie
- Bewaren of behouden: wat wil je houden?
- Blijkbaar of schijnbaar: klopt de indruk?
- Continu of continue: wanneer komt er een e bij?
- Dankzij of door: welke lading krijgt je zin?
- Dezelfde of hetzelfde: welke vorm hoort bij het woord?
- Echter of hoewel: tegenstelling met een andere zinsbouw
- Een onbekend woord begrijpen uit de context
- Een woordenboek gebruiken: kies de juiste betekenis
- Effectief of efficiënt: doel en middelen onderscheiden
- Formeel of informeel: woorden afstemmen op de situatie
- Inclusief of exclusief: wat zit erbij?
- Irriteren of zich ergeren: wie doet wat?
- Kennen of kunnen: welk werkwoord past?
- Letterlijke en figuurlijke taal van elkaar onderscheiden
- Liggen of leggen: toestand of handeling?
- Meerduidige woorden: welke betekenis is bedoeld?
- Mits of tenzij: welke voorwaarde bedoel je?
- Na of naar: tijd en richting uit elkaar houden
- Omdat of doordat: reden en oorzaak kiezen
- Opmerken of aanmerken: waarneming, oordeel en kritiek
- Respectievelijk gebruiken zonder verwarring
- Sinds of vanaf: beginpunt in de tijd formuleren
- Synoniemen en antoniemen: betekenis vergelijken
- Tekort of te kort: gebrek of onvoldoende lengte?
- Ten koste van of ten bate van: nadeel en voordeel
- Tenminste of ten minste: wanneer schrijf je los?
- Tenslotte of ten slotte: argument of afsluiting?