Talenkoning · Woordkeuze

Dezelfde of hetzelfde: welke vorm hoort bij het woord?

Gebruik dezelfde bij de-woorden en meervouden, en hetzelfde bij enkelvoudige het-woorden. Je leest dezelfde brief en hetzelfde boek. Als er geen zelfstandig naamwoord staat, moet uit de context blijken of je naar een bepaald woord of naar dezelfde zaak of handeling verwijst.

Dezelfde of hetzelfde: welke vorm hoort bij het woord?

Het genoemde woord bepaalt de vorm

Dezelfde hoort bij de stoel en de boeken; hetzelfde hoort bij het huis. Ook wanneer er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat, blijft het zelfstandig naamwoord bepalend: hetzelfde oude huis, dezelfde oude stoel. Laat je niet afleiden door de laatste letter van dat bijvoeglijk naamwoord.

Zelfstandig gebruik en identieke exemplaren

In “Ik wil hetzelfde” kan hetzelfde naar een eerder genoemde handeling of keuze verwijzen. Bij “We dragen dezelfde jas” kan sprake zijn van één gedeelde jas of twee exemplaren van hetzelfde model. Schrijf bij noodzakelijke precisie twee identieke jassen. Dezelfde betekent dus niet in iedere context dat het letterlijk om één voorwerp gaat.

Na een koppelwerkwoord

Vóór een zelfstandig naamwoord volg je de gewone de-/het-keuze. In een zin als “De uitkomst blijft hetzelfde” staat hetzelfde echter zelfstandig als naamwoordelijk deel; die vorm is ook bij een de-woord mogelijk. “De uitkomst blijft dezelfde” kan eveneens. Behandel dit dus niet als dezelfde opdracht als “Wij krijgen ... uitkomst”.

Voorbeelden met uitleg

  • Dezelfde foto, hetzelfde portret.
    Foto is een de-woord; portret een het-woord.
  • Dezelfde foto’s.
    In het meervoud gebruik je dezelfde.
  • Zij doet hetzelfde als gisteren.
    Hetzelfde verwijst hier zelfstandig naar een handeling.

Probeer het zelf

  1. Vul aan: Wij kiezen ... onderwerp.
  2. Vul aan: Zij beantwoorden ... vragen.
  3. Maak ondubbelzinnig: De leerlingen gebruiken dezelfde pen.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Hetzelfde, want het onderwerp is een het-woord.
  2. Dezelfde: vragen staat in het meervoud.
  3. Bijvoorbeeld: de leerlingen geven één pen door. Of: de leerlingen hebben ieder een pen van hetzelfde model. De gewenste betekenis bepaalt de herschrijving.

Ontdek ook