Niet alleen dingen die je kunt vasthouden
In de tas, het eiland en een muzikant noemt het zelfstandig naamwoord iets of iemand. Ook geduld en vreugde zijn zelfstandige naamwoorden. De herkenningsvraag “kan ik het aanraken?” is daarom te beperkt. Namen zoals Noor en Groningen horen eveneens bij deze woordsoort.
Wat het lidwoord toevoegt
De en het zijn bepaalde lidwoorden. Een is een onbepaald lidwoord. Vergelijk: Ik zag een hond. De hond droeg een rood tuig. Eerst verschijnt een nog niet nader aangewezen dier; daarna verwijst de spreker naar die inmiddels bekende hond. Dat verschil gaat over de verwijzing, niet over de grootte of kleur van het dier.
Gebruik meerdere aanwijzingen
Veel zelfstandige naamwoorden hebben een meervoud, maar niet allemaal. Ook ontbreekt soms een lidwoord, zoals in “Mila koopt brood”. Kijk daarom naar de betekenis en de plaats in de woordgroep samen. Een bijvoeglijk naamwoord kan tussen lidwoord en naamwoord staan: het zware pakket. Het hoort hier nog steeds bij pakket.
Leer bij een nieuw zelfstandig naamwoord liefst ook het lidwoord: de brug, het plein. De klank van een onbekend woord vertelt je niet altijd welk lidwoord erbij hoort. Deze les helpt de woordsoorten te vinden; de precieze schrijfwijze van meervouden vraagt om de spellingroute.
Oefen met deze voorbeelden
- Welke zelfstandige naamwoorden staan in “Ravi voelt opluchting na het gesprek”?
- Noem de lidwoorden in “Een hond volgt de wandelaar naar het hek”.
Antwoorden met uitleg
- Ravi, opluchting en gesprek. Ook de persoonsnaam en het gevoel tellen mee.
- Een, de en het. Naar is een voorzetsel en hoort niet in dit rijtje.