Drie gegevens naast elkaar
Bij gewone combinaties met een de-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord een -e: “een smalle straat” en “de smalle straat”. Meervouden volgen ook dit patroon: “smalle straten”. Bij een enkelvoudig het-woord moet je daarnaast kijken wat vóór het bijvoeglijk naamwoord staat.
Bepaald of onbepaald
Vergelijk “een breed kanaal” met “het brede kanaal”. Na een blijft breed hier onverbogen; na het komt de -e erbij. Ook “dit brede kanaal” krijgt de verbogen vorm. Schrijf voor een lastige combinatie eerst het lidwoord van het zelfstandig naamwoord op. Anders kun je een juiste regel op de verkeerde woordgroep toepassen.
Behandel uitzonderingen niet als schrijffouten
Een materiaalwoord als houten verandert niet in houtene: “een houten hek” en “het houten hek”. Ook vaste combinaties en functieaanduidingen kunnen afwijken van het eenvoudige patroon. Deze les oefent daarom eerst de gewone, doorzichtige gevallen. Verplaats je het bijvoeglijk naamwoord naar “Het kanaal is breed”, dan staat het niet meer vóór het zelfstandig naamwoord en gebruik je breed. De plaats en constructie tellen dus mee.
Oefen met deze voorbeelden
- Vul smal in: “een ... pad” en “het ... pad”.
- Waarom is “de houten kast” geen voorbeeld van een vergeten -e?
Antwoorden met uitleg
- Een smal pad en het smalle pad. Pad is een het-woord in het enkelvoud.
- Houten heeft hier geen afzonderlijke verbogen vorm op -e. Je schrijft niet houtene.