Talenkoning · Woordkeuze

Irriteren of zich ergeren: wie doet wat?

In verzorgde standaardtaal kun je zeggen dat iets je irriteert of dat je je ergens aan ergert. De oorzaak en de persoon die hinder ervaart wisselen daarbij van plaats in de zin. “Ik irriteer me aan” mengt die twee constructies.

Irriteren of zich ergeren: wie doet wat?

Beginnen bij de oorzaak

In “Het geluid irriteert me” is het geluid het onderwerp: dat veroorzaakt hinder. Ergeren kan ook zo gebruikt worden: het geluid ergert me. Me is in deze zinnen degene die de ergernis ervaart. Er is geen tweede me nodig.

Beginnen bij de persoon

In “Ik erger me aan het geluid” staat de persoon voorop. Bij zich ergeren past de combinatie aan iets. Irriteren gebruikt in standaardtaal niet diezelfde wederkerende constructie. Voor een neutrale klacht kun je bovendien de hinder concreet maken: door de muziek hoor ik de uitleg niet. Dat is vaak informatiever dan alleen een gevoel benoemen.

Voorbeelden met uitleg

  • Zijn onderbrekingen irriteren mij.
    De onderbrekingen veroorzaken de hinder.
  • Ik erger me aan zijn onderbrekingen.
    De persoon en diens reactie staan voorop.
  • Ik stoor me aan het geroep.
    Zich storen aan is een ander bruikbaar alternatief.

Probeer het zelf

  1. Verbeter: Wij irriteren ons aan de vertraging.
  2. Is “Die toon ergert me” correct?
  3. Maak een concrete klacht van “Jij irriteert mij”.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Wij ergeren ons aan de vertraging. Of: de vertraging irriteert ons.
  2. Ja. Ergeren kan ook overgankelijk gebruikt worden, net als irriteren.
  3. Bijvoorbeeld: wanneer je door mijn uitleg heen praat, raak ik de draad kwijt. De zin benoemt welk gedrag en welk gevolg je bedoelt.

Ontdek ook