Terug naar het onderwerp
In “Noor wast zich” verwijst zich naar Noor. Degene die wast en degene die gewassen wordt, zijn dezelfde persoon. Bij andere onderwerpen verandert de vorm: “Ik was me” en “Wij wassen ons”. Wederkerend beschrijft deze terugkoppeling binnen de zin.
Van de een naar de ander
In “De spelers feliciteren elkaar” vindt de handeling onderling plaats. Elkaar is een wederkerig voornaamwoord. Vergelijk “De spelers bekijken zichzelf op de foto” met “De spelers bekijken elkaar”. In de eerste zin gaat de aandacht van iedere speler naar zichzelf; in de tweede naar de anderen.
Soms hoort zich vast bij het werkwoord
Bij zich vergissen kun je zich niet zomaar door een andere persoon vervangen met dezelfde betekenis: “Ik vergis me” is een vaste constructie. Dat verschilt van wassen, dat ook een ander voorwerp kan krijgen. Benoem dus eerst de betekenisrelatie, voordat je een vervangproef als beslissende regel gebruikt. Zelf kan extra nadruk geven, maar de mogelijkheden verschillen per constructie. Deze les richt zich op eenvoudige voorbeelden waarin duidelijk is wie op wie betrokken is.
Oefen met deze voorbeelden
- Welke vorm past bij onderling helpen: zichzelf of elkaar?
- Naar wie verwijst me in “Ik herinner me die avond”?
Antwoorden met uitleg
- Elkaar: de betrokken personen helpen de ander of anderen, niet uitsluitend zichzelf.
- Naar ik, dezelfde persoon als het onderwerp. Het is hier een wederkerende verwijzing.