Uitleg & verdieping
Spelling
Van d of t tot samenstellingen: vind de regel die bij jouw spellingvraag past en oefen met voorbeelden.
Kies een artikel
Kies de uitleg die je zoekt.
- Accenttekens: uitspraak of nadruk?
- Afkortingen en symbolen: met of zonder punt?
- D of t aan het einde: maak het woord langer
- De apostrof bij meervoud en bezit
- De regelmatige verleden tijd: werkte of leefde?
- Ei of ij, au of ou: onthoudwoorden gericht leren
- Getallen in woorden: waar komen de spaties?
- Het koppelteken: woorddelen duidelijk verbinden
- Het trema: laat zien waar een nieuwe klank begint
- Hoofdletters: namen, talen en het begin van een zin
- Open en gesloten lettergrepen: ramen of rammen?
- Samenstellingen: wanneer schrijf je woorden aan elkaar?
- Spelling leren: kies de uitleg die je nodig hebt
- Tegenwoordige tijd: wanneer schrijf je d, t of dt?
- Tussenletters in samenstellingen: e, en of s?
- Verkleinwoorden maken: huisje, balletje en autootje
- Voltooid deelwoord: gebeurd of gebeurt?
- Woorden afbreken aan het einde van een regel