Een uitgang achter de stam
Bij regelmatige werkwoorden krijgt het enkelvoud -de of -te en het meervoud -den of -ten: ik werkte, wij werkten, zij belde, zij belden. Begin steeds met het hele werkwoord en bepaal de stam.
De stemloze eindklanken
Na de stemloze eindklanken t, k, f, s, ch, p en sj volgt -te. Bij de andere stamklanken volgt -de. Een geheugensteun zoals 't kofschip kan helpen, maar je moet wel weten op welke klank je de regel toepast.
Bij leven zie je in de geschreven stam leef een f, terwijl het hele werkwoord een v heeft. Je schrijft daarom leefde. Zo wordt reizen met een z in het hele werkwoord reisde. Alleen naar de laatste geschreven letter van de ik-vorm kijken leidt hier tot een fout.
Laat dubbele letters gewoon staan
Als een stam op t eindigt, kan -te een dubbele t opleveren: wachtte. Bij een stam op d kan -de een dubbele d geven: antwoordde. Die letters hebben ieder een functie. Deze les gaat over regelmatige vormen; een vorm als liep bij lopen leer je als onregelmatige verleden tijd.
Probeer het zelf
- Schrijf in de verleden tijd: ik werk, ik bel, ik leef, ik reis.
- Maak enkelvoud: wij wachtten; wij antwoordden.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Ik werkte, ik belde, ik leefde, ik reisde. Kijk bij de laatste twee ook naar leven en reizen.
- Ik wachtte; ik antwoordde. De dubbele medeklinker blijft in deze enkelvoudsvormen behouden.