Zo werkt de verlengproef
Neem een vorm van hetzelfde woord waarin na de lastige letter een klinker volgt. Bij een zelfstandig naamwoord helpt vaak het meervoud: paard → paarden. Bij een bijvoeglijk naamwoord kun je een e toevoegen: breed → brede. In de langere vorm hoor je de d duidelijker.
Hoor je juist een t, dan schrijf je die ook in de korte vorm: kaart → kaarten en groot → grote. Je hoeft dus niet te raden op basis van de korte uitspraak alleen.
Kies echt hetzelfde woord
Een verwant klinkend woord is niet automatisch een bruikbare verlenging. Zoek een grammaticale vorm die bij jouw woord hoort. In de harde wind kun je van hard naar harde; bij het hart klopt helpt harten. De betekenis maakt duidelijk welke vergelijking je nodig hebt.
Herken de grens van de proef
Deze aanpak behandelt namen van dingen en eigenschappen. Bij jij wordt bepaal je de spelling met de werkwoordregels. Een werkwoord zomaar langer maken vervangt het zoeken naar het onderwerp niet. Bekijk bij twijfel dus eerst wat het woord in de zin doet.
Probeer het zelf
- Vul d of t in: een ron… bord, een smalle straa…, een scherp zwaar….
- Leg het verschil uit: een har… geluid en een gezond har….
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Rond, straat, zwaard. Vergelijk ronde, straten en zwaarden.
- Een hard geluid: harde. Een gezond hart: harten. De betekenis en de verlengde vorm verschillen.