Tot en met duizend aaneen
De delen van een telwoord schrijf je tot en met duizend aan elkaar: zevenendertig, honderdacht en tweeduizend. Ook het verbindende en hoort erbij wanneer het deel uitmaakt van het getal. Je schrijft dus eenentwintig, niet een en twintig.
Na duizend volgt een spatie
Komt er na duizend nog een deel, dan zet je daar een spatie: tweeduizend driehonderd. Het eerste deel blijft aaneen. Bij vierduizend achtenzeventig ontstaan zo twee geschreven eenheden, hoewel je samen één getal bedoelt.
Miljoen staat los
Miljoen en miljard schrijf je als afzonderlijke woorden: drie miljoen. Bij grotere getallen kun je de onderdelen daarom beter eerst in groepen verdelen. Controleer daarna binnen iedere groep welke delen aan elkaar horen, in plaats van één onoverzichtelijke keten letters te maken.
Bij rangtelwoorden blijft de opbouw vergelijkbaar, zoals eenentwintigste. Schrijf je de rang met cijfers, dan zijn vormen als 21e en 21ste mogelijk, zonder apostrof. Deze les bepaalt niet wanneer een tekst beter cijfers gebruikt; hier oefenen we uitsluitend de juiste spelling zodra je een vorm kiest.
Probeer het zelf
- Schrijf voluit: 21, 108, 2300.
- Herstel de spaties: drie miljoen; vier duizend achten zeventig.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Eenentwintig, honderdacht, tweeduizend driehonderd.
- Drie miljoen was al goed. De tweede vorm wordt vierduizend achtenzeventig.