Talenkoning · Spelling

Verkleinwoorden maken: huisje, balletje en autootje

Een verkleinwoord ontstaat niet altijd door alleen je achter een woord te zetten. De klank van het grondwoord bepaalt mede welke uitgang goed aansluit.

Verkleinwoorden maken: huisje, balletje en autootje

Luister naar de overgang

Bij huis past huisje, bij stoel krijg je stoeltje, bij bal ontstaat balletje en bij boom schrijf je boompje. De uitgangen verschillen, maar het nieuwe woord blijft herkenbaar als een kleine vorm van het grondwoord.

In balletje wordt de l verdubbeld om de korte a te behouden. Kijk dus niet alleen naar het achtervoegsel. Soms verandert ook de zichtbare vorm van het grondwoord wanneer er een lettergreep bijkomt.

Een lange klinker aan het einde

Vergelijk oma → omaatje, auto → autootje en paraplu → parapluutje. De klinker wordt hier dubbel geschreven. Bij taxi krijg je taxietje. Bij café verandert de vorm in cafeetje: het accent blijft niet staan.

Niet iedere uitgang voorspelt alles

Een y na een medeklinker krijgt in bijvoorbeeld baby'tje een apostrof voor de uitgang. Verder bestaan onregelmatige en dubbele mogelijkheden: bij bloem zijn zowel bloempje als bloemetje mogelijk. Zoek een ongebruikelijk verkleinwoord op voordat je een zelfbedachte regel op alle woorden toepast.

Probeer het zelf

  1. Maak klein: bal, boom, auto, taxi.
  2. Verbeter: een caféetje en een babytje.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Balletje, boompje, autootje, taxietje.
  2. Een cafeetje en een baby'tje. Bij het eerste woord verandert de klinkerschrijfwijze; bij het tweede verschijnt een apostrof.

Ontdek ook