Talenkoning · Duits

Het Duitse Präteritum gebruiken

Het Präteritum is een Duitse verleden tijd met één vervoegde werkwoordsvorm, zoals ich machte of ich ging. Je ziet het veel in geschreven verhalen. Sein, haben en modale werkwoorden komen ook in gesproken Duits vaak in het Präteritum voor.

Het Duitse Präteritum gebruiken

Regelmatig en onregelmatig

Regelmatig: ich machte, du machtest, er machte, wir machten, ihr machtet, sie machten. Sterke werkwoorden kunnen van klinker veranderen: gehen → ging, sehen → sah. Sein heeft war en haben hatte. Leer onregelmatige vormen met een voorbeeldzin.

Een verhaal opbouwen

In een verslag kun je een reeks handelingen met Präteritum vertellen. Het onderscheid met Perfekt is niet eenvoudig “lang geleden tegenover kort geleden”: stijl, regio en soort tekst spelen mee. Voor een beginnersgesprek zijn ich war en ich hatte nuttige vormen om direct te herkennen.

Voorbeelden met uitleg

  • Früher wohnte ich in Bonn.
    Regelmatig Präteritum.
  • Sie ging zum Bahnhof.
    Onregelmatige vorm ging.
  • Wir waren sehr müde.
    Sein in het verleden.
  • Ich musste früh aufstehen.
    Een modale vorm in het verleden.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Er ___ gestern keine Zeit. (haben)
  2. Vul in: Wir ___ zu Hause. (sein)
  3. Maak verleden tijd: Ich spiele im Garten.
  4. Is Präteritum altijd een ouder verleden dan Perfekt?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Hatte.
  2. Waren.
  3. Ich spielte im Garten.
  4. Nee. Het verschil is niet simpelweg de afstand tot vandaag; ook tekstsoort en gebruik spelen mee.

Ontdek ook