Denn verbindt hoofdzinnen
Ich bleibe hier, denn ich warte auf Noor behoudt ich warte. Denn telt niet als eerste zinsdeel waarop de persoonsvorm meteen zou moeten volgen. Je schrijft dus niet denn warte ich in dit gewone verklarende patroon.
Weil leidt een bijzin in
Ich bleibe hier, weil ich auf Noor warte zet warte achteraan. Die bijzin kan ook vooraan: weil ich auf Noor warte, bleibe ich hier. In spontane spreektaal hoor je soms een hoofdzinvolgorde na weil; voor de verzorgde schriftelijke basis gebruiken we hier de standaardbijzin.
Voorbeelden met uitleg
- Er nimmt den Bus, denn sein Fahrrad ist kaputt.
Hoofdzinvolgorde na denn. - Er nimmt den Bus, weil sein Fahrrad kaputt ist.
Bijzinvolgorde na weil. - Weil es spät ist, fahren wir nach Hause.
Een vooropstaande reden.
Probeer het zelf
- Maak een weil-zin: Ich bin müde. Ich gehe ins Bett.
- Maak dezelfde reden met denn.
- Verbeter de verklaring: Ich bleibe zu Hause, denn bin ich krank.
- Waar staat ist na weil in: weil / die Tür / offen / ist?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Ich gehe ins Bett, weil ich müde bin.
- Ich gehe ins Bett, denn ich bin müde.
- Ich bleibe zu Hause, denn ich bin krank. Na denn blijft de gewone volgorde met ich vóór bin staan.
- Achteraan: weil die Tür offen ist.