Een deelwoord maken
Bij veel regelmatige werkwoorden krijg je ge- plus stam plus -t: gemacht, gelernt. Sterke vormen verschillen: geschrieben, gesehen. Werkwoorden op -ieren krijgen geen ge: telefoniert. Onscheidbare voorvoegsels zoals be- krijgen eveneens geen ge: besucht. Scheidbare vormen kunnen ge tussen de delen krijgen: eingekauft.
Haben of sein
De meeste werkwoorden gebruiken haben. Veel werkwoorden van plaats- of toestandsverandering gebruiken zonder lijdend voorwerp sein: ich bin gegangen, er ist eingeschlafen. Sein en bleiben krijgen eveneens sein. Niet elke beweging vraagt sein: ich habe getanzt is een gewone vorm. Regionale verschillen bestaan.
Voorbeelden met uitleg
- Wir haben den Text gelesen.
Haben plus gelezen: gelesen. - Sie ist nach Hause gefahren.
Verplaatsing met sein. - Ich habe lange telefoniert.
Geen ge bij -ieren. - Er hat die Tür aufgemacht.
Een scheidbaar werkwoord met ge tussen de delen.
Probeer het zelf
- Vul in: Ich ___ das Buch gekauft.
- Vul in: Wir ___ nach Köln gegangen.
- Maak het deelwoord van lernen.
- Verbeter: Sie hat getelefoniert.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Habe.
- Sind.
- Gelernt.
- Sie hat telefoniert. -ieren krijgt geen ge.