Talenkoning · Duits

Duitse bijvoeglijke naamwoorden verbuigen

Een Duits bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord krijgt vaak een uitgang. Die hangt samen met het lidwoord, geslacht, getal en de naamval. Na sein blijft het bijvoeglijk naamwoord in de gewone predicatieve constructie onveranderd: das Haus ist groß.

Duitse bijvoeglijke naamwoorden verbuigen

Welke informatie geeft het lidwoord al?

Vergelijk der kleine Hund, ein kleiner Hund en kleiner Hund. Bij der is het mannelijke nominatiefsignaal al duidelijk; bij ein neemt kleiner dat signaal mee. Probeer dus niet één universele uitgang achter elk bijvoeglijk naamwoord te plakken.

Begin met veelgebruikte patronen

In de nominatief: der kleine Hund, die kleine Katze, das kleine Haus; ein kleiner Hund, eine kleine Katze, ein kleines Haus. Mannelijk accusatief wordt den/einen kleinen Hund. Datief met lidwoord krijgt vaak -en: mit dem kleinen Hund, mit einer kleinen Katze. Breid pas daarna uit naar volledige tabellen.

Voorbeelden met uitleg

  • Ich kaufe einen roten Mantel.
    Mannelijke accusatief: -en.
  • Das ist ein rotes Fahrrad.
    Onzijdige nominatief na ein: -es.
  • Mit dem neuen Auto fahren wir nach Hause.
    Datief met bepaald lidwoord: -en.
  • Die Jacke ist blau.
    Na ist geen buigingsuitgang in deze constructie.

Probeer het zelf

  1. Vul in: ein klein___ Haus.
  2. Vul in: Ich sehe den alt___ Mann.
  3. Verbeter: Das Haus ist großes.
  4. Waarom verschillen der kleine en ein kleiner?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Kleines, in nominatief of accusatief onzijdig.
  2. Alten.
  3. Das Haus ist groß.
  4. De informatie over geslacht en naamval is anders over lidwoord en bijvoeglijk naamwoord verdeeld.

Ontdek ook