De vormen maken
Klein wordt kleiner en am kleinsten; schnell wordt schneller en am schnellsten. Bij sommige korte woorden komt een umlaut: groß → größer → am größten. Gut wordt besser → am besten; viel wordt mehr → am meisten. Niet elk kort woord krijgt een umlaut.
Een zin ermee bouwen
Dieses Zimmer ist größer als unseres vergelijkt twee kamers. Es ist so groß wie unseres drukt gelijkheid uit. Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt de trapvorm ook een buigingsuitgang: ein größeres Zimmer. Maak niet tegelijk mehr en -er bij zo’n gewone vergelijkingsvorm.
Voorbeelden met uitleg
- Der Zug ist schneller als der Bus.
Ongelijkheid met als. - Heute geht es mir besser.
Onregelmatige vorm van gut. - Diese Aufgabe ist am leichtesten.
Een overtreffende trap. - Ich brauche eine größere Tasche.
Trapvorm plus buigingsuitgang.
Probeer het zelf
- Maak de trappen van gut.
- Kies: so teuer als / wie.
- Verbeter: Dieser Weg ist mehr kürzer.
- Vul in: ein groß___ Zimmer dan het vorige, nominatief onzijdig.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Besser en am besten.
- So teuer wie.
- Dieser Weg ist kürzer.
- Ein größeres Zimmer. De vergelijking krijgt -er en daarna de passende -es-uitgang.