Geslacht buiten, functie binnen
Der Mann, den ich sehe: Mann is mannelijk, maar den is accusatief omdat het voornaamwoord het voorwerp van sehe is. Der Mann, der hier wohnt gebruikt nominatief omdat der onderwerp van wohnt is. Kijk dus niet alleen naar de naamval in de hoofdzin.
Voorzetsels en meervoud
Een voorzetsel gaat voor het betrekkelijk voornaamwoord: die Frau, mit der ich arbeite. Datief meervoud is denen, niet den. In het Duits zet je betrekkelijke bijzinnen met komma’s af, ook waar een Nederlandse of Engelse vergelijking je zou laten twijfelen.
Voorbeelden met uitleg
- Das Buch, das hier liegt, ist neu.
Das is onderwerp van ligt in de bijzin. - Die Frau, der ich helfe, ist meine Nachbarin.
Helfen vraagt datief. - Die Kinder, mit denen ich spiele, lachen.
Mit plus datief meervoud. - Der Mann, den wir besuchen, ist krank.
Den is lijdend voorwerp in de bijzin.
Probeer het zelf
- Vul in: Der Hund, ___ ich sehe, ist klein.
- Vul in: Die Frau, mit ___ ich spreche, ist nett.
- Waar staat het vervoegde werkwoord in de bijzin?
- Verbeter: Die Kinder, mit den ich lerne, sind hier.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Den: mannelijk accusatief.
- Der: vrouwelijk datief na mit.
- Aan het einde van de hier behandelde basisconstructie.
- Die Kinder, mit denen ich lerne, sind hier.