Talenkoning · Duits

Duitse woordvolgorde in bijzinnen

In een gewone Duitse bijzin met een onderschikkend voegwoord staat de vervoegde werkwoordvorm achteraan. Je oefent hier het plaatsen en afbakenen van werkwoordgroepen. De specifieke keuze tussen denn en weil staat in een aparte les.

Duitse woordvolgorde in bijzinnen

Baken de bijzin af

Zoek eerst de inleider, bijvoorbeeld dass, ob of obwohl. Bepaal daarna wat het onderwerp is en welke woorden binnen de bijzin horen. In Ich hoffe, dass Lena bald zurückkommt begint de bijzin bij dass en eindigt hij bij zurückkommt. Het scheidbare werkwoord blijft hier aaneengeschreven.

Een indirecte ja-neevraag krijgt vaak ob: Er fragt, ob der Laden noch geöffnet ist. Verwar dat niet met de directe vraag Ist der Laden noch geöffnet? Het verschil in zinstype verklaart de andere werkwoordplaats.

Plaats een gewone werkwoordgroep

Bij een bijzin met een modaal werkwoord komt in deze basisconstructie eerst de infinitief en daarna de persoonsvorm: dass Lena heute arbeiten muss. In een gewoon Perfekt staat het deelwoord vóór het vervoegde hulpwerkwoord: dass Lena heute gearbeitet hat.

Dit is geen regel waarmee je elke lange werkwoordgroep kunt oplossen. Constructies met meerdere infinitieven, zoals een Perfekt van een modaal werkwoord, hebben bijzondere volgordes. De oefeningen hier blijven daarom bij één persoonsvorm of de genoemde eenvoudige werkwoordgroepen.

Zet de hele bijzin eventueel vooraan

Een vooropstaande bijzin telt als één zinsdeel vóór de persoonsvorm van de hoofdzin. Vergelijk Obwohl der Laden geschlossen ist, wartet Lena vor der Tür. Na de komma komt wartet, niet eerst opnieuw het onderwerp Lena.

Controleer de twee delen afzonderlijk: de bijzin eindigt op ist; in de hoofdzin komt wartet direct na het vooropstaande zinsdeel. De komma maakt de grens zichtbaar. De naam van het voegwoord alleen is niet genoeg: je moet ook weten welke werkwoorden bij welk deel horen.

Voorbeelden met uitleg

  • Ich hoffe, dass Lena bald zurückkommt.
    Terugkomen staat als scheidbaar werkwoord aaneen aan het einde van de bijzin.
  • Er fragt, ob der Laden noch geöffnet ist.
    Ist sluit de indirecte vraag af.
  • Obwohl es schneit, fährt der Bus.
    De hele bijzin staat voorop; daarna volgt fährt als hoofdzinspersoonsvorm.

Probeer het zelf

  1. Zet in volgorde: Ich weiß, dass / Lena / heute / muss / arbeiten.
  2. Maak indirect: Er fragt: Hat Noor die E-Mail gelesen?
  3. Verbeter: Obwohl der Laden geschlossen ist, Lena wartet draußen.
  4. Waar eindigt de bijzin in: Ich hoffe, dass Lena bald zurückkommt, und räume inzwischen auf?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Ich weiß, dass Lena heute arbeiten muss. De infinitief staat vóór de vervoegde modaliteitvorm muss.
  2. Er fragt, ob Noor die E-Mail gelesen hat. Ob leidt de vraag in; gelesen hat vormt de afsluitende werkwoordgroep.
  3. Obwohl der Laden geschlossen ist, wartet Lena draußen. Na het eerste zinsdeel volgt de persoonsvorm van de hoofdzin.
  4. Bij zurückkommt. Het vervolg und räume inzwischen auf hoort weer bij de spreker uit de hoofdzin, niet bij Lena.

Ontdek ook