Talenkoning · Frans

Vragen stellen in het Frans

Een Franse ja/nee-vraag kan met intonatie, est-ce que of omkering worden gemaakt. Tu viens ? is informeel; est-ce que tu viens ? is duidelijk en breed bruikbaar. Viens-tu ? gebruikt inversie en klinkt vaak formeler. Kies één patroon per vraag.

Vragen stellen in het Frans

Est-ce que en vraagwoorden

Est-ce que laat de gewone volgorde van onderwerp en werkwoord staan. Voor een klinker wordt que qu’: est-ce qu’elle vient ? Voeg een vraagwoord toe voor andere informatie: quand, où, pourquoi, comment, combien. Qu’est-ce que tu fais ? vraagt wat je doet.

Inversie zorgvuldig schrijven

Bij inversie verbindt een koppelteken werkwoord en voornaamwoord: avez-vous ? Soms komt een verbindings-t: parle-t-il ? Gebruik niet tegelijk est-ce que en dezelfde inversie. In een indirecte vraag is de bouw opnieuw anders: je demande où elle habite.

Voorbeelden met uitleg

  • Vous avez une réservation ?
    Een vraag door intonatie.
  • Est-ce que vous avez une réservation ?
    Dezelfde kern met est-ce que.
  • Où habites-tu ?
    Vraagwoord plus inversie.
  • Combien coûte ce livre ?
    Hoeveel kost dit boek?

Probeer het zelf

  1. Maak een vraag met est-ce que: Elle travaille ici.
  2. Vertaal: Waar woont u?
  3. Verbeter: Est-ce que viens-tu ?
  4. Waarom staat er een t in parle-t-il?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Est-ce qu’elle travaille ici ?
  2. Où habitez-vous ? Of Vous habitez où ? in een informeler gesprek.
  3. Est-ce que tu viens ? Of Viens-tu ?
  4. Het is een verbindingsklank in deze inversieconstructie, geen onderdeel van de gewone vorm parle.

Ontdek ook