Est-ce que en vraagwoorden
Est-ce que laat de gewone volgorde van onderwerp en werkwoord staan. Voor een klinker wordt que qu’: est-ce qu’elle vient ? Voeg een vraagwoord toe voor andere informatie: quand, où, pourquoi, comment, combien. Qu’est-ce que tu fais ? vraagt wat je doet.
Inversie zorgvuldig schrijven
Bij inversie verbindt een koppelteken werkwoord en voornaamwoord: avez-vous ? Soms komt een verbindings-t: parle-t-il ? Gebruik niet tegelijk est-ce que en dezelfde inversie. In een indirecte vraag is de bouw opnieuw anders: je demande où elle habite.
Voorbeelden met uitleg
- Vous avez une réservation ?
Een vraag door intonatie. - Est-ce que vous avez une réservation ?
Dezelfde kern met est-ce que. - Où habites-tu ?
Vraagwoord plus inversie. - Combien coûte ce livre ?
Hoeveel kost dit boek?
Probeer het zelf
- Maak een vraag met est-ce que: Elle travaille ici.
- Vertaal: Waar woont u?
- Verbeter: Est-ce que viens-tu ?
- Waarom staat er een t in parle-t-il?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Est-ce qu’elle travaille ici ?
- Où habitez-vous ? Of Vous habitez où ? in een informeler gesprek.
- Est-ce que tu viens ? Of Viens-tu ?
- Het is een verbindingsklank in deze inversieconstructie, geen onderdeel van de gewone vorm parle.