Talenkoning · Duits

Sein, haben en werden gebruiken

Sein, haben en werden zijn drie veelgebruikte Duitse werkwoorden. Sein betekent zijn, haben hebben en werden onder meer worden. Ze worden ook als hulpwerkwoorden gebruikt. Leer hun tegenwoordige vormen eerst in korte zinnen voordat je ze in samengestelde tijden inzet.

Sein, haben en werden gebruiken

De vormen van nu

Sein: ich bin, du bist, er ist, wir sind, ihr seid, sie sind. Haben: ich habe, du hast, er hat, wir haben, ihr habt, sie haben. Werden: ich werde, du wirst, er wird, wir werden, ihr werdet, sie werden. De beleefde vorm Sie gebruikt de meervoudsvorm.

Betekenis en hulpwerkwoord onderscheiden

Ich bin müde noemt een toestand; ich habe Zeit bezit of beschikbaarheid; es wird kalt een verandering. In ich habe gelernt helpt haben een verleden tijd vormen. In ich werde lernen kan werden een toekomst helpen uitdrukken. Deze les legt de vormen vast, niet alle tijdsregels tegelijk.

Voorbeelden met uitleg

  • Wir sind heute zu Hause.
    Sein: wij zijn.
  • Hast du einen Stift?
    Haben in een vraag.
  • Mein Bruder wird Lehrer.
    Werden: hij wordt docent.
  • Ihr seid sehr pünktlich.
    Seid met d, niet seit.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Du ___ müde.
  2. Vul in: Er ___ keine Zeit.
  3. Vul in: Ihr ___ morgen älter.
  4. Maak een vraag: Sie haben ein Auto.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Bist.
  2. Hat.
  3. Werdet.
  4. Haben Sie ein Auto? Bij de beleefde vorm blijft Sie met hoofdletter.

Ontdek ook