Talenkoning · Duits

Duitse tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden

Bij regelmatige Duitse werkwoorden in de tegenwoordige tijd haal je -en van de infinitief en voeg je een persoonsuitgang toe. Lernen levert de stam lern-. De uitgangen zijn -e, -st, -t, -en, -t en -en. Sommige stamuitgangen vragen een extra e voor de uitspraak.

Duitse tegenwoordige tijd: regelmatige werkwoorden

Een volledig patroon

Ich lerne, du lernst, er lernt, wir lernen, ihr lernt, sie lernen. De werkwoordsvorm laat de persoon zien, maar het onderwerp blijft in een gewone zin aanwezig. Duitse zelfstandige naamwoorden krijgen een hoofdletter; het werkwoord wordt niet daarom ook met hoofdletter geschreven.

Spelling bij lastige stammen

Arbeiten wordt du arbeitest en er arbeitet: de extra e maakt de vorm uitspreekbaar. Heißen wordt du heißt, niet heißst. Andere werkwoorden zijn niet volledig regelmatig, zoals du fährst bij fahren. Deze les gaat over het regelmatige basispatroon, met die grenzen erbij.

Voorbeelden met uitleg

  • Ich wohne in Bonn.
    Stam wohn- plus -e.
  • Du machst eine Pause.
    Stam mach- plus -st.
  • Wir arbeiten zusammen.
    Meervoud met -en.
  • Ihr wartet draußen.
    Warten vraagt hier een extra e voor -t.

Probeer het zelf

  1. Vervoeg lernen bij du en wir.
  2. Vul in: Er ___ in Berlin. (wohnen)
  3. Verbeter: Du arbeitst heute.
  4. Maak een vraag van: Ihr spielt hier.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Du lernst; wir lernen.
  2. Wohnt.
  3. Du arbeitest heute.
  4. Spielt ihr hier? Het vervoegde werkwoord komt vooraan.

Ontdek ook