Talenkoning · Duits

Duitse persoonlijke voornaamwoorden gebruiken

Duitse persoonlijke voornaamwoorden veranderen met de naamval. Ich, du, er, sie, es, wir, ihr en sie/Sie zijn onderwerpsvormen. Bij een voorwerp of voorzetsel heb je vaak andere vormen nodig. Leer vooral de veelgebruikte rijen ich–mich–mir en du–dich–dir.

Duitse persoonlijke voornaamwoorden gebruiken

Onderwerp, accusatief en datief

Bij er horen ihn en ihm; bij sie enkelvoud sie en ihr; bij es es en ihm. Wir wordt uns in accusatief en datief; ihr wordt euch. Sie meervoud wordt sie en ihnen. De beleefde vorm Sie krijgt Sie in accusatief en Ihnen in datief, met hoofdletter.

Het werkwoord of voorzetsel helpt kiezen

Ich sehe dich gebruikt accusatief bij sehen. Ich helfe dir gebruikt datief bij helfen. Mit vraagt eveneens datief: mit ihm. Kies niet op de plaats van het woord alleen. Een voornaamwoord kan bovendien naar een zaak verwijzen; het Duitse geslacht bepaalt dan vaak er, sie of es.

Voorbeelden met uitleg

  • Ich rufe ihn an.
    Ihn is accusatief, verwijzend naar een mannelijke persoon.
  • Sie hilft mir.
    Helfen plus datief.
  • Wir kommen mit euch.
    Mit plus datief.
  • Kann ich Ihnen helfen?
    Beleefde datiefvorm met hoofdletter.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Ich sehe ___. (du)
  2. Vul in: Er hilft ___. (ich)
  3. Vervang die Lampe: Die Lampe ist neu.
  4. Verbeter beleefd: Kann ich Sie helfen?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Dich.
  2. Mir.
  3. Sie ist neu. Lampe is vrouwelijk.
  4. Kann ich Ihnen helfen? Helfen vraagt datief.

Ontdek ook