De richting zichtbaar maken
I borrow a pen from Noor: de pen gaat naar mij. Noor lends a pen to me: de pen gaat van Noor naar mij. Lend kan ook twee voorwerpen krijgen: Noor lends me a pen. Bij borrow hoort from wanneer je de eigenaar noemt.
Een verzoek goed formuleren
Can I borrow your charger? vraagt of jij hem mag gebruiken. Could you lend me your charger? vraagt of de ander hem wil uitlenen. Borrow is regelmatig: borrowed. Lend wordt lent in verleden tijd en voltooid deelwoord. De woorden zeggen op zichzelf niet of er geld betaald moet worden.
Voorbeelden met uitleg
- I borrowed a ladder from my neighbour.
Ik ontving de ladder tijdelijk. - My neighbour lent me a ladder.
De buur gaf de ladder tijdelijk aan mij. - Could you lend us two chairs?
Een verzoek aan de uitlener. - May I borrow this book?
Een verzoek vanuit de ontvanger.
Probeer het zelf
- Kies: Can you borrow / lend me a pencil?
- Vul in: I borrowed it ___ my sister.
- Vertel in de verleden tijd: Noor lends me her bicycle.
- Beschrijf dezelfde handeling vanuit jou: Sam lent me his coat.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Lend, want de aangesproken persoon geeft het potlood tijdelijk.
- From.
- Noor lent me her bicycle.
- I borrowed Sam’s coat, of I borrowed a coat from Sam.