Talenkoning · Grammatica

Het meewerkend voorwerp: aan wie wordt iets gegeven?

Bij geven, sturen en vertellen kan een ontvanger horen. Zoek die ontvanger apart van het voorwerp dat wordt gegeven of de boodschap die wordt verteld.

Het meewerkend voorwerp: aan wie wordt iets gegeven?

Twee verschillende rollen

In “De bibliothecaris geeft de bezoeker een kaart” is een kaart wat er gegeven wordt: het lijdend voorwerp. De bezoeker ontvangt die kaart en is meewerkend voorwerp. De ontvanger hoeft daarbij niets actiefs te doen. Het woord meewerkend betekent hier dus niet dat iemand bewust helpt.

Met of zonder aan

Je kunt het voorbeeld ombouwen tot “De bibliothecaris geeft een kaart aan de bezoeker”. Aan de bezoeker vervult dezelfde ontvangende rol. De mogelijkheid om aan toe te voegen of weg te laten is bij dit soort overdrachtszinnen een bruikbare controle. Houd de rest van de betekenis tijdens het ombouwen gelijk.

Aan is geen sluitend bewijs

In “De poster hangt aan de muur” staat ook een groep met aan. Toch is aan de muur geen ontvanger; de groep beschrijft waar de poster hangt. Wijs daarom niet iedere woordgroep met aan automatisch aan als meewerkend voorwerp. Kijk naar de relatie met het werkwoord en het overgedragen voorwerp of bericht.

Werk bij een oefening in een vaste volgorde: vind onderwerp en gezegde, bepaal wat er wordt overgedragen en onderzoek vervolgens wie dat ontvangt. In korte zinnen zijn die rollen helder te scheiden. Complexere constructies kunnen andere soorten indirecte objecten hebben; die vallen buiten deze instaples.

Oefen met deze voorbeelden

  1. Benoem de twee voorwerpen in “De gids vertelt de kinderen een verhaal”.
  2. Waarom is aan de kapstok in “De jas hangt aan de kapstok” geen meewerkend voorwerp?
Antwoorden met uitleg
  1. De kinderen is meewerkend voorwerp; een verhaal is lijdend voorwerp. De kinderen ontvangen de vertelling.
  2. Er is geen ontvanger van een overdracht. Aan de kapstok geeft de plaats van de jas aan.

Ontdek ook