Talenkoning · Engels

Engelse betrekkelijke bijzinnen met who, which en that

Met een betrekkelijke bijzin voeg je informatie over een zelfstandig naamwoord toe. Who verwijst gewoonlijk naar mensen; which naar zaken of dieren. That kan in bepalende bijzinnen vaak beide vervangen. Het verschil tussen noodzakelijke en extra informatie bepaalt onder meer de komma’s.

Engelse betrekkelijke bijzinnen met who, which en that

Noodzakelijk om te weten wie of wat

The person who called me is here maakt duidelijk welke persoon je bedoelt. The book that I bought is damaged wijst één boek aan. In zo’n bepalende bijzin mag een betrekkelijk voornaamwoord soms weg als het voorwerp is: the book I bought. Als het onderwerp is, kan dat niet zomaar.

Extra informatie apart zetten

My bicycle, which is ten years old, still works voegt extra informatie toe. Gebruik daarbij komma’s en niet that. Een naam alleen maakt een bijzin niet automatisch extra: de bedoelde betekenis blijft beslissend. Vraag of je zonder de bijzin nog dezelfde persoon of zaak aanwijst.

Voorbeelden met uitleg

  • The woman who lives upstairs is a nurse.
    Who is onderwerp van lives en blijft staan.
  • The film that we watched was short.
    That is voorwerp; the film we watched kan ook.
  • Our library, which reopened yesterday, is busy.
    Extra informatie tussen komma’s.

Probeer het zelf

  1. Kies: The tool who / which I need is missing.
  2. Mag who weg in: The man who fixed it is here?
  3. Verbeter: My car, that is blue, is outside.
  4. Maak één zin: I read a book. You recommended it.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Which, omdat tool een zaak is. That kan hier ook.
  2. Nee. Who is het onderwerp van fixed.
  3. My car, which is blue, is outside, bij de bedoelde extra informatie.
  4. I read the book that you recommended. Zonder that kan hier ook.

Ontdek ook