Talenkoning · Spaans

Tener of haber: hebben in het Spaans

Tener betekent onder meer hebben in de zin van bezit. Haber vormt samengestelde tijden en heeft de bestaansvorm hay. Daarom is tengo un libro iets anders dan he leído un libro. Nederlands hebben geeft niet automatisch aan welk Spaans werkwoord je nodig hebt.

Tener of haber: hebben in het Spaans

Tener bij bezit en vaste uitdrukkingen

Tengo una bicicleta, tengo hambre en tengo treinta años gebruiken tener. De tegenwoordige vormen zijn tengo, tienes, tiene, tenemos, tenéis, tienen. Tener que plus infinitief drukt een verplichting uit: tengo que trabajar.

Haber als hulpwerkwoord

Voor samengestelde tijden gebruik je he, has, ha, hemos, habéis, han met een deelwoord: hemos terminado. Het deelwoord verandert daarbij niet met het onderwerp. Hay que plus infinitief betekent dat iets nodig is in algemene zin. Dat is anders dan tengo que, dat de persoon noemt.

Voorbeelden met uitleg

  • Tenemos dos entradas.
    Tener: wij hebben twee kaartjes.
  • Hemos comprado dos entradas.
    Haber helpt de verleden vorm maken.
  • Tengo que llamar a Noor.
    Een persoonlijke verplichting.
  • Hay que esperar.
    Een algemene noodzaak.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Yo ___ veinte años.
  2. Vul in: Nosotros ___ hablado.
  3. Verbeter voor gewoon bezit: He un coche.
  4. Wat verschilt tussen tenemos que salir en hay que salir?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Tengo.
  2. Hemos.
  3. Tengo un coche.
  4. De eerste noemt ons als betrokken personen; de tweede formuleert de noodzaak algemener.

Ontdek ook