Talenkoning · Spaans

Spaanse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Spaanse regelmatige werkwoorden hebben drie basisgroepen: -ar, -er en -ir. Haal die uitgang van de infinitief en voeg de persoonsuitgang toe. De eerste persoon enkelvoud eindigt bij alle drie op -o. Een gewoon onderwerp kan vaak weg als de werkwoordsvorm en context duidelijk zijn.

Spaanse regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd

De drie reeksen

Hablar: hablo, hablas, habla, hablamos, habláis, hablan. Comer: como, comes, come, comemos, coméis, comen. Vivir: vivo, vives, vive, vivimos, vivís, viven. Let vooral op nosotros en vosotros, waar -er en -ir verschillen. Usted gebruikt de derde persoon enkelvoud; ustedes de derde persoon meervoud.

Van rij naar boodschap

Oefen dezelfde activiteit met verschillende personen: estudio, estudias, estudiamos. Maak daarna een ontkenning met no en een vraag met de Spaanse vraagtekens. Niet elk werkwoord is regelmatig: tengo en soy hebben eigen vormen. Deze les oefent bewust het regelmatige fundament.

Voorbeelden met uitleg

  • Hablo un poco de español.
    Ik spreek; yo is niet noodzakelijk.
  • Vivimos cerca del parque.
    Wij wonen: -imos bij vivir.
  • ¿Comes aquí?
    Een vraag met een herkenbare persoonsvorm.
  • No trabajamos los domingos.
    Ontkenning met no.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Nosotros ___ en Madrid. (vivir)
  2. Vul in: Tú ___ mucho. (estudiar)
  3. Vul in: Ellas ___ pan. (comer)
  4. Welke vorm krijgt usted van hablar?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Vivimos.
  2. Estudias.
  3. Comen.
  4. Habla: dezelfde werkwoordsvorm als él/ella.

Ontdek ook