De drie reeksen
Hablar: hablo, hablas, habla, hablamos, habláis, hablan. Comer: como, comes, come, comemos, coméis, comen. Vivir: vivo, vives, vive, vivimos, vivís, viven. Let vooral op nosotros en vosotros, waar -er en -ir verschillen. Usted gebruikt de derde persoon enkelvoud; ustedes de derde persoon meervoud.
Van rij naar boodschap
Oefen dezelfde activiteit met verschillende personen: estudio, estudias, estudiamos. Maak daarna een ontkenning met no en een vraag met de Spaanse vraagtekens. Niet elk werkwoord is regelmatig: tengo en soy hebben eigen vormen. Deze les oefent bewust het regelmatige fundament.
Voorbeelden met uitleg
- Hablo un poco de español.
Ik spreek; yo is niet noodzakelijk. - Vivimos cerca del parque.
Wij wonen: -imos bij vivir. - ¿Comes aquí?
Een vraag met een herkenbare persoonsvorm. - No trabajamos los domingos.
Ontkenning met no.
Probeer het zelf
- Vul in: Nosotros ___ en Madrid. (vivir)
- Vul in: Tú ___ mucho. (estudiar)
- Vul in: Ellas ___ pan. (comer)
- Welke vorm krijgt usted van hablar?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Vivimos.
- Estudias.
- Comen.
- Habla: dezelfde werkwoordsvorm als él/ella.