Talenkoning · Spaans

Het Spaanse pretérito indefinido

Het pretérito indefinido, ook pretérito perfecto simple genoemd, vertelt een gebeurtenis als afgerond. Je gebruikt één vervoegde vorm: hablé, comí, viví. Het komt veel voor bij gedateerde gebeurtenissen en bij een reeks handelingen in een verhaal.

Het Spaanse pretérito indefinido

De regelmatige uitgangen

Hablar: hablé, hablaste, habló, hablamos, hablasteis, hablaron. Comer: comí, comiste, comió, comimos, comisteis, comieron. Vivir gebruikt dezelfde uitgangen als comer op de eigen stam. De accenten bij hablé en habló zijn belangrijk voor persoon en klemtoon.

Veelgebruikte onregelmatige vormen

Ir en ser delen fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron; de context bepaalt de betekenis. Tener heeft tuve, hacer hice en estar estuve als beginvorm. Een tijdsduur maakt een gebeurtenis niet automatisch imperfecto: viví allí dos años kan juist een afgesloten verblijf beschrijven.

Voorbeelden met uitleg

  • Ayer compré un libro.
    Een afgeronde gebeurtenis gisteren.
  • Entró, miró la sala y salió.
    Een reeks afgeronde handelingen.
  • Fuimos al mercado.
    Fuimos komt hier van ir.
  • Viví allí durante dos años.
    Een afgebakende periode.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Ella ___ el texto. (leer, indefinido)
  2. Vul in: Nosotros ___ temprano. (llegar, indefinido)
  3. Maak verleden tijd: Yo compro pan.
  4. Waarom kan een verblijf van twee jaar indefinido krijgen?
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Leyó: een spelling-/vormverandering bij leer.
  2. Llegamos. Deze vorm is gelijk aan de presentevorm; de context bepaalt de tijd.
  3. Yo compré pan.
  4. Omdat je het als een afgesloten geheel kunt presenteren, ongeacht de duur.

Ontdek ook