Een uitspraak doorgeven
She said, “I am tired” kan worden She said that she was tired. Na een verleden reporting verb schuift de tijd vaak terug: am → was, have finished → had finished. Is de inhoud nog geldig, dan kan de oorspronkelijke tijd soms blijven. Today wordt niet vanzelf yesterday; dat hangt af van de nieuwe dag waarop je spreekt.
Vragen en opdrachten
Een indirecte vraag heeft gewone zinsvolgorde: she asked where I lived, niet where did I live. Een ja/nee-vraag krijgt if of whether. Een opdracht kun je doorgeven met tell plus persoon plus to: he told us to wait. Voor een ontkenning gebruik je not to.
Voorbeelden met uitleg
- Noor said that she was busy.
De spreker en tijd zijn aangepast. - He asked whether we needed help.
Een indirecte ja/nee-vraag. - She asked where the station was.
Geen omkering zoals in de directe vraag. - They told me not to open the box.
Een ontkennende opdracht.
Probeer het zelf
- Geef door: Sam said, “I am ready.”
- Verbeter: She asked where did I work.
- Geef door: The guide said to us, “Wait here.”
- Moet een nog geldige waarheid altijd een verleden tijd krijgen?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Sam said that he was ready, als Sam he gebruikt. De voornaamwoorden volgen de bedoelde persoon.
- She asked where I worked.
- The guide told us to wait there, wanneer here vanuit het nieuwe perspectief there wordt.
- Nee. De tijdkeuze hangt mede af van de geldigheid en het vertelperspectief.