Een vorm zonder persoon of getal
De infinitief is de woordenboekvorm van een werkwoord. Meestal eindigt die op -en, zoals tekenen; korte vormen zoals doen bestaan ook. In “Ik wil tekenen” is tekenen de infinitief. Wil draagt hier de vervoeging. Maak er “Wij willen tekenen” van: tekenen blijft gelijk, terwijl wil verandert.
Dezelfde letters, een andere taak
In “De kinderen tekenen een boom” is tekenen juist de persoonsvorm. Bij één kind wordt het “Het kind tekent een boom”. Het verschil zit dus in de zinsbouw, niet in de vraag of het woord herkenbaar op -en eindigt. Benoem telkens een vorm in een concrete zin, geen los woord zonder omgeving.
Met of zonder te
In “Hij probeert te tekenen” staat te bij de infinitief. In “Hij kan tekenen” ontbreekt te. Welke constructie je gebruikt hangt samen met de woorden eromheen; te is geen verplicht herkenningsteken voor alle infinitieven. Markeer bij het oefenen eerst de vervoegde vorm. Onderzoek daarna de overige werkwoorden en leg uit welke hun woordenboekvorm behouden. Bij meerdere werkwoorden kun je meer dan één infinitief aantreffen.
Oefen met deze voorbeelden
- Benoem lezen in “Wij willen lezen”.
- Is lezen ook een infinitief in “Wij lezen elke avond”?
Antwoorden met uitleg
- Een infinitief. Willen is hier de persoonsvorm; bij ik wil blijft lezen gelijk.
- Nee, daar is lezen de persoonsvorm. In het enkelvoud wordt het ik lees.