Talenkoning · Grammatica

De persoonsvorm vinden met de tijdproef

De persoonsvorm verandert mee als je een zin in een andere tijd zet. Daarmee kun je hem onderscheiden van andere werkwoorden in dezelfde zin.

De persoonsvorm vinden met de tijdproef

Verander de tijd

Neem “De bakker heeft vroeg gebakken”. Zet de zin in de verleden tijd: “De bakker had vroeg gebakken”. Heeft verandert in had; gebakken blijft hetzelfde. Heeft is dus de persoonsvorm. Het langste werkwoord of het woord dat de opvallendste handeling noemt, is niet automatisch de persoonsvorm.

Controleer met enkelvoud en meervoud

In “De leerling leest een strip” kun je het onderwerp meervoud maken: “De leerlingen lezen een strip”. Leest verandert in lezen. Deze getalsproef geeft een tweede aanwijzing. Kies een verandering waarbij de werkwoordsvorm zichtbaar verschilt; bij sommige vormen ziet enkelvoud of meervoud er toevallig hetzelfde uit.

Onderzoek één deelzin tegelijk

Een samengestelde zin kan meerdere persoonsvormen bevatten. In “Ik zie dat de bus vertrekt” verandert zie in zag en vertrekt in vertrok. Er zijn dus twee persoonsvormen. Probeer bij langere zinnen eerst vast te stellen welke mededelingen bij elkaar horen, zodat je geen tweede vervoegde vorm overslaat.

De vraagproef is vooral handig bij eenvoudige mededelende hoofdzinnen, maar is geen universele oplossing voor bijzinnen. Gebruik de tijdproef als startpunt en controleer je keuze. Heb je de persoonsvorm eenmaal gevonden, dan kun je in de spellinglessen bekijken welke uitgang bij het onderwerp past.

Oefen met deze voorbeelden

  1. Vind de persoonsvorm in “De monteur zal de lamp vervangen”.
  2. Hoeveel persoonsvormen bevat “Zij denkt dat de winkel sluit”?
Antwoorden met uitleg
  1. Zal. In de verleden tijd wordt dat zou; vervangen blijft ongewijzigd.
  2. Twee: denkt en sluit. Bij verandering van tijd krijg je dacht en sloot.

Ontdek ook