Herken terugkerende patronen
Der Tisch wordt die Tische, das Kind die Kinder, die Frau die Frauen en das Auto die Autos. Der Lehrer blijft in de nominatief meervoud die Lehrer. Patronen helpen, maar leveren niet bij elk onbekend woord een zekere vorm op.
Umlaut en zinsbouw meenemen
Das Buch → die Bücher en der Apfel → die Äpfel laten een umlaut zien. In een zin verandert ook het werkwoord: das Buch ist, die Bücher sind. Het meervoudslidwoord in de nominatief en accusatief is die, ongeacht het geslacht in het enkelvoud.
Voorbeelden met uitleg
- Ein Tag, drei Tage.
Meervoud met -e. - Ein Haus, zwei Häuser.
-er en umlaut. - Eine Tasche, vier Taschen.
Uitgang -n. - Ein Zimmer, viele Zimmer.
De woordvorm blijft gelijk.
Probeer het zelf
- Maak meervoud: das Kind.
- Maak een zin met twee boeken.
- Verbeter: Die Bücher ist neu.
- Waarom leer je niet alleen “meervoud = -s”?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Die Kinder.
- Zum Beispiel: Hier sind zwei Bücher.
- Die Bücher sind neu. Het onderwerp is meervoud.
- Omdat -s slechts één van meerdere Duitse patronen is.