Talenkoning · Grammatica

Het voorzetselvoorwerp: wachten op iemand

Een woordgroep met een voorzetsel kan bij de betekenis van het werkwoord horen. Onderscheid die vaste verbinding van een losse plaats- of tijdsbepaling.

Het voorzetselvoorwerp: wachten op iemand

Een vaste verbinding in deze betekenis

“Mila wacht op haar broer.” De groep op haar broer is een voorzetselvoorwerp bij wachten op. Het voorzetsel op noemt hier geen plek boven op de broer. Het hoort bij de verbinding waarmee wordt uitgedrukt naar wie het wachten uitgaat.

Dezelfde zin kan ook een plaats noemen

In “Mila wacht op haar broer bij de bibliotheek” geeft bij de bibliotheek de locatie. Die plaats kun je veranderen in voor het station of naast de school zonder de verbinding wachten op te wijzigen. Zo wordt zichtbaar dat de twee voorzetselgroepen een verschillende taak hebben.

Kijk niet alleen of je iets kunt weglaten

“Mila wacht” kan zonder aanvulling een begrijpelijke zin zijn. Weglaatbaarheid is daarom geen beslissende test tegen een voorzetselvoorwerp. Onderzoek liever de relatie tussen het werkwoord, de bedoelde betekenis en het voorzetsel. In “De leerling twijfelt aan het antwoord” is aan het antwoord eveneens zo’n aanvulling. Markeer steeds de hele woordgroep. Alleen het voorzetsel omcirkelen benoemt wel een woord, maar nog niet het complete zinsdeel.

Oefen met deze voorbeelden

  1. Welke groep is het voorzetselvoorwerp in “Wij rekenen op jouw hulp tijdens het feest”?
  2. Waarom is bij de brug in “Hij wacht bij de brug” geen voorzetselvoorwerp bij wachten op?
Antwoorden met uitleg
  1. Op jouw hulp. Rekenen op vormt hier de vaste betekenisverbinding; tijdens het feest noemt de tijd.
  2. Bij de brug beschrijft waar hij wacht. Het noemt niet op wie of wat zijn wachten gericht is.

Ontdek ook