Eenvoudige opdrachten
Bij regelmatige werkwoorden lijkt de bevestigende tú-vorm op él/ella presente: habla, come, vive. Ontkennend worden het no hables, no comas, no vivas. Usted gebruikt hable, coma, viva; ustedes hablen, coman, vivan. Vosotros bevestigend krijgt bijvoorbeeld hablad; regionale vos-vormen behandelen we hier niet volledig.
Onregelmatigheid en plaats
Veelgebruikte korte tú-vormen zijn di, haz, ve, pon, sal, sé, ten en ven. Dime betekent zeg het mij; no me digas ontkennend. Met meer aangehechte lettergrepen kan een accentteken nodig zijn: dámelo. Oefen de persoon en beleefdheid expliciet, zodat je niet per ongeluk de verkeerde groep aanspreekt.
Voorbeelden met uitleg
- Habla más despacio, por favor.
Informeel één persoon. - No abras la puerta.
Ontkennende tú-opdracht. - Espere aquí, por favor.
Beleefd usted. - Dámelo, por favor.
Voornaamwoorden achter de bevestigende opdracht.
Probeer het zelf
- Maak een bevestigende tú-opdracht van comer.
- Maak een ontkennende tú-opdracht van hablar.
- Vraag beleefd aan één persoon om te wachten.
- Verbeter: No dímelo.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Come.
- No hables.
- Espere, por favor.
- No me lo digas. Bij ontkenning staan de voornaamwoorden ervoor en verandert de werkwoordsvorm.