De basis en uitzonderingen
Bij veel werkwoorden gebruik je de bijbehorende tegenwoordige vorm zonder onderwerp. Bij regelmatige -er-werkwoorden vervalt de s van tu: parle. Voor en of y kan die s terugkomen: parles-en, vas-y. Être en avoir hebben eigen vormen: sois, soyons, soyez; aie, ayons, ayez.
Ontkennen en voornaamwoorden
Ne parle pas vormt een ontkenning. Bij een bevestigende opdracht kan een voornaamwoord achter het werkwoord staan met een koppelteken: donne-moi le livre. Bij ontkenning staat het ervoor: ne me donne pas le livre. De volledige volgorde van meerdere voornaamwoorden vraagt een aparte tabel; begin met één.
Voorbeelden met uitleg
- Écoutez la question, s’il vous plaît.
Beleefd of meervoud vous. - Regardons cette photo.
Een voorstel aan onszelf: laten we kijken. - Ne fermez pas la porte.
Een ontkennende opdracht. - Sois prudent.
Onregelmatige vorm van être.
Probeer het zelf
- Maak een tu-opdracht van parler.
- Maak een vous-opdracht: attendre ici.
- Maak ontkennend: Ouvre la fenêtre.
- Verbeter: Tu écoute ! als losse opdracht.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Parle.
- Attendez ici.
- N’ouvre pas la fenêtre.
- Écoute ! Zonder tu en zonder s in deze regelmatige -er-opdracht.