Talenkoning · Duits

De Duitse datief herkennen

De datief komt onder meer voor bij meewerkende voorwerpen, vaste werkwoorden en voorzetsels. De bepaalde lidwoorden zijn dem, der, dem en meervoud den. In een overdracht kan de ontvanger datief zijn, maar niet iedere datief is letterlijk iemand die iets krijgt.

De Duitse datief herkennen

Twee voorwerpen onderscheiden

In Ich gebe dem Kind das Buch is dem Kind de ontvanger en das Buch het gegeven voorwerp. Dem Kind is datief; das Buch accusatief. Ook helfen en danken vragen datief: ich helfe dem Mann. Leer zo’n werkwoord met de naamval, niet alleen met een Nederlandse vertaling.

Meervoud en voorzetsels

In de datief meervoud krijgt het zelfstandig naamwoord meestal een extra -n: mit den Kindern. Die -n komt er niet nogmaals bij wanneer de vorm al op -n eindigt, en doorgaans niet bij meervouden op -s: mit den Autos. Mit, bei en zu zijn voorbeelden van vaste datiefvoorzetsels.

Voorbeelden met uitleg

  • Sie schenkt ihrer Mutter Blumen.
    De ontvanger staat in de datief.
  • Wir helfen dem Nachbarn.
    Helfen vraagt datief; Nachbar krijgt in deze vorm -n.
  • Er spielt mit den Kindern.
    Mit plus datief meervoud.
  • Ich fahre mit dem Bus.
    Niet alleen een persoon kan datief zijn.

Probeer het zelf

  1. Vul in: Ich danke ___ Frau. (die)
  2. Vul in: Wir spielen mit ___ Kinder___.
  3. Kies: Ich helfe den / dem Mann.
  4. Benoem beide voorwerpen: Er gibt der Lehrerin den Brief.
Bekijk de antwoorden en uitleg
  1. Der Frau.
  2. Mit den Kindern.
  3. Dem Mann, omdat helfen datief vraagt.
  4. Der Lehrerin is datief; den Brief accusatief.

Ontdek ook