Twee voorwerpen onderscheiden
In Ich gebe dem Kind das Buch is dem Kind de ontvanger en das Buch het gegeven voorwerp. Dem Kind is datief; das Buch accusatief. Ook helfen en danken vragen datief: ich helfe dem Mann. Leer zo’n werkwoord met de naamval, niet alleen met een Nederlandse vertaling.
Meervoud en voorzetsels
In de datief meervoud krijgt het zelfstandig naamwoord meestal een extra -n: mit den Kindern. Die -n komt er niet nogmaals bij wanneer de vorm al op -n eindigt, en doorgaans niet bij meervouden op -s: mit den Autos. Mit, bei en zu zijn voorbeelden van vaste datiefvoorzetsels.
Voorbeelden met uitleg
- Sie schenkt ihrer Mutter Blumen.
De ontvanger staat in de datief. - Wir helfen dem Nachbarn.
Helfen vraagt datief; Nachbar krijgt in deze vorm -n. - Er spielt mit den Kindern.
Mit plus datief meervoud. - Ich fahre mit dem Bus.
Niet alleen een persoon kan datief zijn.
Probeer het zelf
- Vul in: Ich danke ___ Frau. (die)
- Vul in: Wir spielen mit ___ Kinder___.
- Kies: Ich helfe den / dem Mann.
- Benoem beide voorwerpen: Er gibt der Lehrerin den Brief.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Der Frau.
- Mit den Kindern.
- Dem Mann, omdat helfen datief vraagt.
- Der Lehrerin is datief; den Brief accusatief.