Zoek de stap tussen reden en conclusie
“Nora woont het dichtst bij de zaal, dus zij moet de sleutel ophalen.” De afstand alleen bepaalt nog niet wie een taak moet uitvoeren. Er wordt kennelijk aangenomen dat degene die het dichtstbij woont die taak behoort te krijgen. Door dat op te schrijven wordt de redenering bespreekbaar.
Vul niet meer in dan nodig
Misschien geldt de aanname alleen voor deze taak en deze groep. Maak er niet meteen een algemene regel van dat de dichtstbijzijnde persoon altijd alles moet regelen. Lees de omliggende tekst en vraag bij een gesprek of jouw aanvulling klopt. Verschillende mogelijke aanvullingen kunnen betekenen dat de redenering nog onduidelijk is.
Toets de aanname afzonderlijk
Nora kan verhinderd zijn of de groep kan eerder een andere afspraak hebben gemaakt. Dat raakt de verbinding tussen nabijheid en taakverdeling, zonder dat je hoeft te ontkennen waar zij woont. Maak daarom onderscheid tussen het gegeven en de norm die eraan wordt gekoppeld. Een verzwegen aanname is niet vanzelf een fout; veel dagelijkse communicatie laat gedeelde kennis weg. Het wordt belangrijk haar expliciet te maken wanneer juist over die verbinding twijfel bestaat.
Oefen met deze voorbeelden
- Welke aanname verbindt Nora’s woonafstand met de taak om de sleutel te halen?
- Is een verzwegen aanname automatisch onredelijk?
Antwoorden met uitleg
- Dat in deze situatie degene die het dichtstbij woont de sleutel behoort op te halen.
- Nee. Zij kan gedeeld en verdedigbaar zijn, maar moet zo nodig afzonderlijk worden onderzocht.