Een zin opbouwen
Zet eerst het onderwerp en daarna de passende vorm: I am tired; the door is open; my friends are outside. Een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt are. Verkorte vormen zoals I’m, she’s en we’re zijn gebruikelijk, vooral in gesprekken en informele teksten.
Een vraag of ontkenning maken
Voor een vraag wisselen onderwerp en werkwoord van plaats: Are you ready? Voor een ontkenning komt not na am, is of are. Gebruik bijvoorbeeld isn’t en aren’t. Het gewone I am not wordt I’m not, niet I amn’t in het standaardvoorbeeld van deze les.
Voorbeelden met uitleg
- My bicycle is blue.
Eén fiets: is. - Those bicycles are blue.
Meer fietsen: are. - Is your brother at home?
Is staat voor het onderwerp. - No, he isn’t. He is at work.
Een kort antwoord gevolgd door extra informatie.
Probeer het zelf
- Vul in: I ___ a beginner.
- Maak een vraag van: Your parents are here.
- Maak ontkennend: The room is cold.
- Vertaal: Wij zijn twintig jaar oud.
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Am: I am a beginner.
- Are your parents here? Geen do toevoegen.
- The room is not cold, of The room isn’t cold.
- We are twenty years old. Bij leeftijd gebruikt het Engels be, niet have.