De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 9 | 9 |
| 2 × 9 | 18 |
| 3 × 9 | 27 |
| 4 × 9 | 36 |
| 5 × 9 | 45 |
| 6 × 9 | 54 |
| 7 × 9 | 63 |
| 8 × 9 | 72 |
| 9 × 9 | 81 |
| 10 × 9 | 90 |
Eén groep minder dan tien
Voor 7 × 9 kun je denken aan negen groepjes van zeven. Tien van die groepjes geven zeventig. Haal één groepje van zeven weg en je houdt drieënzestig over. Door factoren te verwisselen blijft dit hetzelfde product als zeven groepen van negen.
Trek niet zomaar één af
De correctie is één volledige groep, niet één los voorwerp. Zeventig min één geeft negenenzestig en hoort niet bij deze berekening. Zeg daarom hardop wat je wegneemt: één groep van zeven. Die formulering houdt het anker en de correctie bij elkaar.
Een patroon als extra controle
Bij de eerste tien positieve veelvouden van negen tellen de cijfers steeds op tot negen, zoals bij 63. Dat patroon helpt een fout signaleren, maar bepaalt niet zelfstandig welke uitkomst bij de som hoort. Vierenvijftig heeft hetzelfde patroon en hoort bij zes keer negen. Gebruik de rekenroute om het product vast te stellen en het patroon slechts ter controle.
Oefen met deze voorbeelden
- Bereken 8 × 9 vanuit tien keer acht.
- Waarom trek je bij 7 × 9 niet één van zeventig af?
Antwoorden met uitleg
- 80 − 8 = 72.
- Je moet één hele groep van zeven wegnemen, niet één eenheid.