De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 10 | 10 |
| 2 × 10 | 20 |
| 3 × 10 | 30 |
| 4 × 10 | 40 |
| 5 × 10 | 50 |
| 6 × 10 | 60 |
| 7 × 10 | 70 |
| 8 × 10 | 80 |
| 9 × 10 | 90 |
| 10 × 10 | 100 |
Van eenheden naar tientallen
Zes doosjes met ieder tien fiches geven zes tientallen: zestig. Het cijfer zes staat dan op de tientallenplaats. De nul laat zien dat er geen losse eenheden overblijven. Zo krijgt de schrijfwijze 60 een betekenis in plaats van alleen een handeling met cijfers te zijn.
Beperk de korte schrijfregel
Bij gehele getallen kun je voor keer tien een nul rechts toevoegen. Die formulering is niet zonder meer geschikt voor getallen met een komma: 2,5 × 10 is 25, niet 2,50. De hoeveelheid wordt tienmaal zo groot; plaatswaarde is de onderliggende reden.
Controleer met bundels
Teken voor 9 × 10 negen bundels van tien. Tel de bundels en benoem het totaal als negentig. Vergelijk vervolgens negen losse fiches met die negen bundels. De cijfers lijken op elkaar, maar de waarde verschilt sterk. Met dit beeld kun je de tafel van tien later ook gebruiken als anker voor negen, elf en grotere vermenigvuldigingen.
Oefen met deze voorbeelden
- Hoeveel zijn acht tientallen?
- Waarom is 2,50 geen juist antwoord op 2,5 × 10?
Antwoorden met uitleg
- 80.
- 2,50 is evenveel als 2,5; het product moet tienmaal zo groot zijn en is 25.