De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 2 | 2 |
| 2 × 2 | 4 |
| 3 × 2 | 6 |
| 4 × 2 | 8 |
| 5 × 2 | 10 |
| 6 × 2 | 12 |
| 7 × 2 | 14 |
| 8 × 2 | 16 |
| 9 × 2 | 18 |
| 10 × 2 | 20 |
Twee gelijke delen
Vier kinderen hebben ieder twee handschoenen nodig. Je kunt vier rechter- en vier linkerhandschoenen tellen: 4 + 4 = 8. Daarmee is 4 × 2 gelijk aan acht. Het beeld van twee gelijke delen laat zien waarom verdubbelen helpt.
Van tellen naar direct weten
In het begin mag je met sprongen van twee tellen. Probeer daarna bekende dubbelen te herkennen. Als je 6 + 6 meteen weet, is 6 × 2 geen nieuwe, losstaande som. Laat voorwerpen pas weg wanneer je kunt uitleggen hoe de dubbele hoeveelheid ontstaat.
Even aantallen herkennen
De uitkomsten van deze tafel zijn even. Dat helpt om een antwoord te controleren, maar een even getal is niet automatisch het juiste antwoord. Voor 7 × 2 zijn twaalf en zestien ook even; alleen veertien past bij zeven paren. Gebruik dus zowel het patroon als de betekenis van de som. Oefen de vragen ook door elkaar, zodat je niet afhankelijk blijft van de volledige telrij.
Oefen met deze voorbeelden
- Hoeveel handschoenen horen bij zeven paren?
- Bewijst een even antwoord op 8 × 2 dat het goed is?
Antwoorden met uitleg
- 14, want 7 + 7 = 14.
- Nee. Het moet precies zestien zijn; evenheid alleen is geen volledige controle.