De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 11 | 11 |
| 2 × 11 | 22 |
| 3 × 11 | 33 |
| 4 × 11 | 44 |
| 5 × 11 | 55 |
| 6 × 11 | 66 |
| 7 × 11 | 77 |
| 8 × 11 | 88 |
| 9 × 11 | 99 |
| 10 × 11 | 110 |
Tien keer plus één keer
Voor 8 × 11 bereken je eerst 8 × 10 = 80 en daarna nog 8 × 1 = 8. Samen is dat 88. Een groep van elf wordt dus verdeeld in tien en één; het aantal groepen blijft acht. Beide delen zijn al vertrouwde hoeveelheden.
Het dubbele cijfer heeft grenzen
Bij 1 × 11 tot en met 9 × 11 zie je twee gelijke cijfers. Maar 10 × 11 is 110. Alleen zeggen “schrijf het cijfer twee keer” verklaart niet de hele tafel. De verdeling in tien plus één werkt ook wanneer er meer cijfers nodig zijn.
Redeneer met een concrete verzameling
Een team ontvangt per speler tien trainingskaartjes en één extra kaartje. Voor zes spelers zijn dat zestig plus zes kaartjes. Door dezelfde situatie met tien spelers te bekijken, zie je waarom honderd plus tien samen honderdtien wordt. Oefen daarom niet uitsluitend de bekende dubbele cijfers, maar ook de overgang naar het laatste product in deze tafel.
Oefen met deze voorbeelden
- Hoe bereken je 9 × 11 met tien plus één?
- Wat is 10 × 11 en waarom zijn dat geen twee enen?
Antwoorden met uitleg
- 90 + 9 = 99.
- 110, want tien keer tien plus tien keer één is honderd plus tien.