De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 5 | 5 |
| 2 × 5 | 10 |
| 3 × 5 | 15 |
| 4 × 5 | 20 |
| 5 × 5 | 25 |
| 6 × 5 | 30 |
| 7 × 5 | 35 |
| 8 × 5 | 40 |
| 9 × 5 | 45 |
| 10 × 5 | 50 |
Een half tiental per groep
Tien keer acht is tachtig. Vijf keer acht is daarvan de helft: veertig. Zo kun je 8 × 5 controleren met een bekende tientallenberekening. De reden is dat vijf de helft van tien is, niet dat halveren bij iedere tafel zomaar werkt.
Minuten geven een herkenbaar beeld
Op een analoge klok liggen tussen opeenvolgende uurcijfers vijf minuten. Zes van zulke sprongen vormen dertig minuten. Gebruik het klokbeeld voor de groepering, maar houd uurcijfers en minuten uit elkaar. Het cijfer zes op de klok is bij minuten tellen geen antwoord van zes minuten.
Eindcijfers als waarschuwing
De uitkomsten eindigen afwisselend op vijf en nul. Daarmee ontdek je snel dat drieënveertig geen product uit deze tafel is. Toch bepaalt het eindcijfer niet welk veelvoud bedoeld wordt. Bij 9 × 5 moet je ook de negen groepen meenemen. Gebruik daarom patroonherkenning naast een berekening of een goed onthouden tafelfeit.
Oefen met deze voorbeelden
- Wat is 8 × 5 via de tafel van tien?
- Hoeveel minuten zijn zeven sprongen van vijf minuten?
Antwoorden met uitleg
- De helft van 8 × 10 = 80 is 40.
- 35 minuten.