De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 4 | 4 |
| 2 × 4 | 8 |
| 3 × 4 | 12 |
| 4 × 4 | 16 |
| 5 × 4 | 20 |
| 6 × 4 | 24 |
| 7 × 4 | 28 |
| 8 × 4 | 32 |
| 9 × 4 | 36 |
| 10 × 4 | 40 |
Eerst twee keer, dan nogmaals dubbel
Voor 6 × 4 kun je eerst zes verdubbelen tot twaalf en daarna twaalf tot vierentwintig. Je hebt dan vier keer zes genomen. Door de verwisselingseigenschap is dat evenveel als zes groepjes van vier. Een rechthoek van zes rijen en vier vakjes laat beide manieren van kijken zien.
Twee en vier uit elkaar houden
Na de eerste verdubbeling ben je nog maar halverwege. Een veelgemaakte fout is bij 7 × 4 veertien antwoorden. Schrijf de tussenstappen daarom aanvankelijk apart: zeven, veertien, achtentwintig. Zeg erbij hoeveel keer de beginhoeveelheid je na iedere stap hebt.
Gebruik de rechthoek als uitleg
Verdeel een blok van vier kolommen in twee stukken van twee kolommen. Elk stuk heeft dezelfde oppervlakte in vakjes. Daarmee kun je controleren waarom de tweede verdubbeling klopt. Als de feiten vlotter worden, laat je de tekening weg. Bewaar de aanpak voor een som die je even niet direct herinnert.
Oefen met deze voorbeelden
- Wat is 7 × 4 met twee verdubbelingen?
- Waarom is veertien na de eerste stap nog niet voldoende?
Antwoorden met uitleg
- 7 wordt 14 en daarna 28.
- Veertien is twee keer zeven; voor vier keer zeven moet je opnieuw verdubbelen.