De tien tafelsommen
| Som | Uitkomst |
|---|---|
| 1 × 3 | 3 |
| 2 × 3 | 6 |
| 3 × 3 | 9 |
| 4 × 3 | 12 |
| 5 × 3 | 15 |
| 6 × 3 | 18 |
| 7 × 3 | 21 |
| 8 × 3 | 24 |
| 9 × 3 | 27 |
| 10 × 3 | 30 |
Groepen van drie zichtbaar maken
Leg vijf driehoeken met ieder drie losse stokjes. Het totaal is 5 × 3 = 15. Voeg je een zesde driehoek toe, dan komen er drie stokjes bij. Zo volgt 6 × 3 = 18 uit de eerdere som zonder alle stokjes opnieuw te tellen.
Het aantal groepen bijhouden
Wie alleen drie, zes, negen zegt, kan vergeten bij hoeveel groepen hij is. Wijs bij elke sprong een getekende groep aan. Koppel daarna de telstap aan de vermenigvuldiging. De sprong van achttien naar eenentwintig hoort bijvoorbeeld bij de overgang van zes naar zeven groepen.
Ook achteruit redeneren
Weet je dat 10 × 3 dertig is, dan ligt 9 × 3 precies één drietal lager. Dat geeft zevenentwintig. Afbouwen vanaf een bekend anker is vooral handig bij de hogere sommen. Wissel voorwaartse en achterwaartse vragen af en laat bij je antwoord zien welk bekend feit je gebruikte. De reeks wordt zo een netwerk van samenhangende feiten.
Oefen met deze voorbeelden
- Je weet 6 × 3 = 18. Wat is 7 × 3?
- Hoe vind je 9 × 3 vanuit 10 × 3?
Antwoorden met uitleg
- 21: voeg één groep van drie toe.
- Neem dertig en haal er drie af; dat geeft 27.