Lees eerst voor de hoofdlijn
Vraag wat de tekst probeert te vertellen. Markeer daarna alleen woorden die begrip blokkeren of vaak terugkomen. Raad een betekenis uit de context, maar controleer belangrijke vermoedens. Een gok is een tussenstap, geen bewezen woordbetekenis.
Gebruik de tekst na het lezen
Vat de hoofdgedachte in eigen woorden samen. Kies twee bruikbare woordcombinaties en maak daarmee nieuwe zinnen. Vergelijk een onduidelijke zin met de relevante grammaticales. Wanneer bijna iedere regel een woordenboek vraagt, kies dan een korter of eenvoudiger fragment.
Voorbeelden met uitleg
- Leesvraag: wanneer vertrekt de bus?
Een gerichte informatievraag bij een dienstregeling. - Leesvraag: waarom schrijft de persoon deze e-mail?
Een vraag naar bedoeling en hoofdboodschap. - Alle onbekende woorden verzamelen zonder de tekst te begrijpen.
Dat kan de leesvraag uit beeld laten verdwijnen.
Probeer het zelf
- Wat doe je vóór het opzoeken van twintig woorden?
- Hoe gebruik je één nieuw woord na het lezen?
- Wanneer is een tekst waarschijnlijk te moeilijk voor deze oefening?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Lees voor de hoofdlijn en bepaal welke woorden echt nodig zijn.
- Maak een eigen zin in een andere context en controleer of de betekenis nog past.
- Wanneer je zonder voortdurende hulp de hoofdlijn niet kunt volgen. Kies dan een kleiner of toegankelijker fragment.