Onderzoeksvraag en methode laten aansluiten
Een smalle vraag is gemakkelijker zorgvuldig te onderzoeken dan een breed onderwerp. “Welke woorden vonden zes proeflezers onduidelijk?” is preciezer dan “Hoe werkt taal?”. Beschrijf wie of wat je onderzocht, hoe je gegevens verzamelde en welke keuzes je maakte. Een kleine proef is geen bewijs voor alle lezers.
Resultaten niet met verklaringen verwarren
In de resultaten rapporteer je wat je waarnam. In de bespreking leg je uit wat dat kan betekenen. Een conclusie beantwoordt de onderzoeksvraag binnen de beperkingen van je methode. Voeg geen nieuwe, ongecontroleerde gegevens toe aan het slot. Maak beperkingen zichtbaar zonder daarmee alle bevindingen waardeloos te noemen.
Voorbeelden met uitleg
- Vier van de zes proeflezers vroegen naar de betekenis van “termijn”.
Een resultaat binnen een kleine oefenproef. - Daarom begrijpt niemand zakelijke taal.
Een conclusie die veel verder gaat dan de gegevens. - Bij deze proeflezers vraagt dit woord om extra uitleg.
Een afgebakende conclusie.
Fictieve resultaat- en conclusiepassage
Resultaat: in deze oefenproef vroegen vier van zes lezers wat “aanmeldingstermijn” betekende. Twee lezers sloegen de reactiedatum over.
Conclusie: voor deze kleine groep was de aanmeldinstructie niet direct duidelijk. Een formulering als “Meld je uiterlijk vrijdag aan” verdient een nieuwe proef. De resultaten zeggen niet hoe alle bezoekers de tekst lezen.
Probeer het zelf
- Maak een onderzoeksvraag kleiner: Zijn onze teksten begrijpelijk?
- Waar beschrijf je hoe je deelnemers koos?
- Waarom mag een fictief oefenresultaat niet als echte onderzoeksuitkomst worden gepubliceerd?
Bekijk de antwoorden en uitleg
- Welke woorden in deze uitnodiging leveren vragen op bij vijf proeflezers?
- In de methode. De keuze beïnvloedt voor wie je iets kunt zeggen.
- Omdat er dan geen gegevensverzameling achter zit. Label oefengetallen uitdrukkelijk als fictief.