Kijk afzonderlijk naar vaardigheden
Lezen, schrijven, spreken en luisteren stellen verschillende eisen. Een leerling kan een familietaal goed verstaan en toch moeite hebben om daarin een formele brief te schrijven. Dat verschil maakt het luisteren niet minder waardevol. Beschrijf wat iemand in een bepaalde taal doet, in plaats van alleen te vragen of die taal perfect is.
Maak een situatieschets
Teken vakken voor thuis, school, hobby en online contact. Vul op eigen initiatief in welke talen je daar gebruikt en waarvoor. Eén vak kan meerdere talen bevatten. Je hoeft persoonlijke informatie niet met de klas te delen. Het overzicht laat zien dat taalkeuze verbonden kan zijn met gesprekspartners, onderwerpen en beschikbare woorden.
Wisselen is niet automatisch verwarring
In een gesprek kunnen meertalige sprekers van taal wisselen, bijvoorbeeld voor een geciteerde uitspraak of een vertrouwde term. Onderzoek eerst de situatie en de bedoeling. Uit één wisseling kun je niet afleiden dat iemand een taal niet kent. Wanneer een gesprekspartner een onderdeel niet begrijpt, kan een herformulering nodig zijn. De vraag is dan hoe de boodschap toegankelijk wordt, niet welke taal uit iemands repertoire moet verdwijnen.
Oefen met deze voorbeelden
- Moet iemand alle talen even goed kunnen schrijven om meertalig te zijn?
- Welke vraag helpt bij een onverwachte taalwisseling?
Antwoorden met uitleg
- Nee. Vaardigheden en gebruik kunnen per taal verschillen.
- Bijvoorbeeld: welke functie heeft deze wisseling in dit gesprek, en begrijpt de gesprekspartner haar?