← Psalmboek Psalm 61
Letters

Psalmen · 1773

Psalm 61

Wil, o God, mijn bede horen

7 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

Wil, o God, mijn bede horen; Neig Uw oren Naar mijn zuchten en geween. In veraf gelegen streken, Schier bezweken, Zoek ik heul bij U alleen.

Vers 2

Leid mij, HEER’; ik zou in ’t stijgen Nederzijgen; Leid mij op een hoge rots, Wil mij tot een toevlucht wezen, Als voor dezen, ’s Vijands wreed geweld ten trots.

Vers 3

’k Zal in Uwe tent verkeren, HEER’ der heren, Voor Uw oog, in eeuwigheid. ’k Zal op U mijn vast vertrouwen Altoos bouwen, Door Uw vleug’len overspreid.

Vers 4

Want Uw goedheid, die wij loven, Heeft van boven Mijn geloft’ en beê gehoord. Gij deedt mij tot d’erfnis komen Van de vromen, Wien de vrees Uws Naams bekoort.

Vers 5

Gij zult nieuwe dagen voegen, Vol genoegen, Bij des Konings levenstijd. Zijner jaren tal vermeren, In ’t regeren, Door Uw gunst van ramp bevrijd.

Vers 6

Hij zal eeuwig in vermogen, Voor Uw ogen, Zitten op zijn troon, o HEER’. Zend Uw waarheid, Uw ontferming Ter bescherming; Zend ze tot zijn wachters neer.

Vers 7

’k Zal dan door mijn blijde galmen, Door mijn psalmen, Loven Uwe Majesteit; Mijn geloften U betalen, Menigmalen Plechtig aan U toegezeid.

Over deze tekst

Berijming 1773

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning