← Psalmboek Psalm 42
Letters

Psalmen · 1773

Psalm 42

’t Hijgend hert, der jacht ontkomen

7 verzen ·

Zoeken in dit lied

Vers 1

’t Hijgend hert, der jacht ontkomen, Schreeuwt niet sterker naar ’t genot Van de frisse waterstromen, Dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar den HEER’; God des levens, ach, wanneer Zal ik naad’ren voor Uw ogen, In Uw huis Uw Naam verhogen?

Vers 2

’k Heb mijn tranen, onder ’t klagen, Tot mijn spijze, dag en nacht; Daar mij spotters durven vragen; „Waar is God, dien gij verwacht?”, Mijn benauwde ziel versmelt, Als zij zich voor ogen stelt, Hoe ik onder stem en snaren, Feest hield met Gods blijde scharen.

Vers 3

O mijn ziel, wat buigt g’u neder? Waartoe zijt g’in mij ontrust? Voed het oud vertrouwen weder; Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust; Want Gods goedheid zal uw druk Eens verwisslen in geluk. Hoop op God, sla ’t oog naar boven; Want ik zal Zijn Naam nog loven.

Vers 4

’k Denk aan U, o God, in ’t klagen, Uit de landstreek der Jordaan. Van mijn leed doe ’k Hermon wagen; ’k Roep van ’t klein gebergt’ U aan. ’k Zucht, daar kolk en afgrond loeit, Daar ’t gedruis der waat’ren groeit, Daar Uw golven, daar Uw baren Mijn benauwde ziel vervaren.

Vers 5

Maar de HEER’ zal uitkomst geven, Hij, die ’s daags Zijn gunst gebiedt. ’k Zal in dit vertrouwen leven, En dat melden in mijn lied; ’k Zal Zijn lof zelfs in den nacht Zingen, daar ik Hem verwacht; En mijn hart, wat mij moog’ treffen, Tot den God mijns levens heffen.

Vers 6

’k Zal tot God, mijn steenrots, spreken: „Waarom, HEER’, vergeet Gij mij? ’k Ga in ’t zwart, door rouw bezweken, Om mijns vijands dwinglandij, Die mij hoont, mij ’t hart doorboort, Dat gestaag deez’ lastring hoort: Waar is God, op Wien gij bouwdet, En aan Wien g’uw zaak vertrouwdet?”

Vers 7

O mijn ziel, wat buigt g’u neder? Waartoe zijt g’in mij ontrust? Voed het oud vertrouwen weder; Zoek in ’s Hoogsten lof uw lust; Menigwerf heeft Hij uw druk Doen verand’ren in geluk; Hoop op Hem, sla ’t oog naar boven. Ik zal God, mijn God, nog loven.

Over deze tekst

Berijming 1773

Tekstbron bekijken

Naar Talenkoning